Bijen. Al heel je leven zie je deze honingwerkers rondvliegen. Maar wat weet je eigenlijk over deze bijzondere dieren?

  1. Hommels zijn voorjaarsvliegers. Waarom? Omdat ze veel haartjes hebben, kunnen ze beter tegen de koude. Ze vliegen vaak al heel vroeg op de dag en je ziet ze zelfs tijdens regenweer of bij vrieskou.
  2. Ook onder de bijen leven koekoeken: de zogenaamde koekoeksbijen. De vrouwtjes bouwen zelf geen nesten, maar leggen hun eieren in de nesten van andere bijen. Op een onbewaakt moment sluipt een koekoeksbij een nest van een andere bij binnen, legt er een ei in en vliegt snel weer weg.
  3. Sommige bloemen, zoals tomaten en blauwe bessen, geven hun stuifmeel pas vrij als ze op de juiste manier worden ‘geschud’. Wilde bijen zoals hommels trillen met een specifieke frequentie – een soort bijenbeat – waardoor de bloem haar stuifmeel loslaat. Honingbijen kunnen dit niet.
  4. Bijen hebben rust nodig en slapen gemiddeld 5 tot 8 uur per dag. Solitaire bijen rusten vaak alleen, maar sommige soorten, zoals de blauwe sachembij, slapen in groepjes terwijl ze elkaars pootje vasthouden.
  5. Onderzoek toont aan dat bijen tot 4 kunnen tellen. Ze gebruiken deze vaardigheid om bijvoorbeeld bloempatronen te herkennen of de afstand tot hun nest in te schatten. Sommige experimenten bewijzen zelfs dat ze eenvoudige rekensommen kunnen oplossen.
De Heggenrankbij komt uit haar nestje

De Heggenrankbij komt uit haar nestje.

Behangers, metsers of spinners: bijen zijn echte ambachtslui

Wolbijen danken hun naam aan het feit dat ze plantenharen verzamelen van bv. ezelsoor of slangenkruid. Met de haartjes van die planten maken ze bolletjes wol. Hiermee bekleden ze hun nestcellen, die ze vaak in holtes of spleten maken. Mannetjes wolbijen zijn berucht om hun agressieve gedrag: ze verdedigen hun favoriete bloemen fel tegen andere insecten.

Behangersbijen knippen stukjes blad of bloemblaadjes af en gebruiken die als ‘behang’ voor hun nestcellen. Je herkent hun werk aan de ronde hapjes die uit bladeren van bijvoorbeeld rozen of seringen zijn geknipt. Hun nesten maken ze in holle stengels, muren of hout.

Metselbijen gebruiken modder of klei om hun nestcellen te bouwen en af te sluiten. Ze nestelen vaak in holle rietstengels, boorgangen in hout of bijenhotels. Ze zijn uitstekende bestuivers en worden vaak ingezet in boomgaarden voor de bestuiving van fruitbomen.