De rugstreeppad is een bedreigde diersoort, aan de Belgische kust vind je die alleen in de duinenlandschappen ten westen van de IJzer. In onze duinen dus.
En dan nog alleen in de Houtsaegerduinen, de Noordduinen en Ter Yde.
De oorzaak voor de achteruitgang van de rugstreeppad?
Zijn leefgebied (duinplassen en heidevennen) ging verloren en het landschap vormt niet langer een aaneengesloten geheel, het raakte onder meer versnipperd door de verstedelijking.
In de oude duinengordel verrezen steden en het achterliggende landschap werd steeds meer gedomineerd door akkers, weilanden en wegen.
Wetenschappers bestudeerden de bedreigde rugstreeppad en deden een verrassende ontdekking: de padden wandelen tot 8,5 km over het strand op zoek naar een partner. Genetische verwantschap bracht aan het licht dat de padden reisden tussen de duinengebieden De Westhoek (De Panne) en Ter Yde (Oostduinkerke).
Het strand doet dienst als een open corridor. Een strandwandeling van meer dan 8 km, niet slecht voor zo’n klein beestje. Opvallend was ook dat de padden voornamelijk van De Westhoek naar Ter Yde reisden en nauwelijks in omgekeerde richting. Koksijde trekt aan, zelfs op amfibieniveau.
De onderzoekers gebruikten genetisch onderzoek en combineerden dat met de rol die het landschap speelt in de verspreiding van de dieren. Dat leverde nieuwe inzichten en voorstellen voor aangepaste beschermingsmaatregelen op.
De padden wandelen tot 8,5 km over het strand op zoek naar een partner
Hij heeft opvallend korte poten waardoor hij niet zo'n goede zwemmer is. Tijdens de paartijd produceren de mannetjes een schelle ratelende roep om een vrouwtje te lokken.
Hij kan tot 8 cm groot worden, maar meet meestal ongeveer 5 cm. De soort is kleuriger dan de gewone pad: een geel- tot grijsbruine rug, met groene, olijfgroene of bruine vlekken. Vaak zijn op de wratten rode vlekjes zichtbaar. Over de rug loopt een zwavelgele streep. De ogen zijn sprankelend geelgroen van kleur.
Op het menu staan kleine geleedpotigen zoals vliegen, mieren, kevers, wantsen en spinnen. De kikkervisjes leven van algen, planten en dood organisch materiaal, hoewel ze soms ook elkaar opeten.
De rugstreeppad verkiest als primair leefgebied heideterreinen en duinen en komt in Vlaanderen dan ook vooral in de Kempen en aan de kust voor. De soort heeft zich deels aan de mens aangepast en leeft ook in bepaalde secundaire habitats zoals klei-, zand- en grindgroeves, industrieterreinen en mijnterreinen.
De rugstreeppad is een absolute pioniersoort en leeft enkel in open, zonbeschenen gebieden met hier en daar schuilplaatsen (stenen of dood hout). De dieren planten zich alleen voort in ondiep, snel opwarmend water. De voorkeur voor zandgrond is een gevolg van het feit dat ze zich daarin makkelijk ingraven.
De rugstreeppad komt in alle Vlaamse provincies voor, maar voornamelijk in Antwerpen en Limburg. In West-Vlaanderen blijft het areaal beperkt tot de kuststrook en in Oost-Vlaanderen tot in het Waasland. In de provincie Vlaams-Brabant komen het minste rugstreeppadden voor. De zandgroeves waarin ze voorkwamen zijn dichtgestort.
De soort is kleuriger dan de gewone pad
Rugstreeppadden kunnen met hun korte poten niet zo goed zwemmen. Ze zoeken naar een plek in het water - waar ze op de bodem kunnen zitten met hun kaakblaas net boven het wateroppervlak - om hun eitjes af te zetten.
Het voortplantingsseizoen begint in april-mei en is afhankelijk van de weersomstandigheden. De rugstreeppad legt tot 4.000 eitjes en zet die af in lange eiersnoeren, meestal in tijdelijke poelen die snel worden verwarmd door de zon.
Wandel mee in de duinen van Ter Yde. De rugstreeppad werd al meermaals waargenomen in de poelen van Ter Yde. Tijdens deze wandeling wordt hun levensverhaal verteld en spot je misschien enkele larven.