Het is 18 september 1976. In Oostduinkerke gaan de deuren open van het Nationaal Visserijmuseum. Binnen staan scheepsmodellen, vissersgereedschap, kunstwerken en een gereconstrueerde visserswoning.
Buiten rust de OD.1 Martha, een echt kustvaartuig. Het museum is meer dan een verzameling voorwerpen. Het is een levend boek vol vissersverhalen.
Dat verhaal begint al in 1932. In de bovenzaal van het oud-gemeentehuis opent een eerste maritiem museum, met voorwerpen uit de zeevaart, natuur en archeologie. Ook vondsten uit het verdwenen vissersdorp De Nieuwe Yde krijgen er een plaats. Tijdens de Tweede Wereldoorlog gaat de collectie verloren.
Burgemeester Honoré Loones laat de droom niet los. Op 1 juni 1960 beslist de gemeenteraad om een nieuw visserijmuseum op te richten. Eerst wil men bouwen op de plek van De Nieuwe Yde, maar uiteindelijk kiest de gemeente voor het hart van Oostduinkerke: waar de verwoeste Sint-Niklaaskerk stond.
Op 23 juni 1963 legt minister van Cultuur Renaat Van Elslande de eerste steen. De ambities zijn hoog: geen gewoon streekmuseum, maar het nationaal visserijmuseum van België. Vertragingen zorgen ervoor dat pas in 1974 de eerste tijdelijke tentoonstelling opent.
Onder conservator Gaston Desnerck groeit vooral de collectie scheepsmodellen en kunstwerken verder. Op 18 september 1976 gaat het Nationaal Visserijmuseum eindelijk officieel open.
Op 23 juni 1963 legt minister van Cultuur Renaat Van Elslande de eerste steen.
Het museum groeit. In 1985 volgt een eerste uitbreiding. En tussen 2004 en 2008 krijgt het gebouw een grondige renovatie, met Noordzee-aquaria en een centrale plaats voor de gereconstrueerde OD.1 Martha. De aandacht verschuift van techniek naar het dagelijks leven van vissers en hun families.
Sinds 2011 draagt het museum een nieuwe naam: NAVIGO, Latijn voor 'ik vaar'.
De collectie blijft intussen aangroeien met foto’s, archieven en audiovisueel materiaal.
Alle vissen in het museum leven in echt zeewater dat speciaal wordt onderhouden.
Een volgend hoofdstuk begint in 2019, wanneer het skelet van potvis Valentijn wordt opgegraven. 30 jaar nadat het dier aan ons strand aanspoelde. Voor dat topstuk is extra ruimte nodig.
Vanaf 2021 verrijst een vernieuwd museum met een depot, kijkkabinet, demonstratiekeuken en nieuwe vleugel. Potvis Valentijn ziet dat het goed is.
Sinds de heropening op 7 september 2024 brengt het NAVIGO-museum verleden, heden en toekomst samen. In juni 2026 bekroont de Architectuurprijs Vlaanderen het museum in de categorie ‘ontmoeten’.
Zeg nu zelf: geen plek is beter geschikt voor een nationaal visserijmuseum dan Oostduinkerke. De gemeente leverde ooit veel IJslandvaarders en is wereldwijd bekend om de garnaalvissers te paard.
De potvis spoelde op 14 februari 1989 (Valentijnsdag) aan op het strand van Sint-André in Oostduinkerke. In mei 2019 werd het dier na 30 jaar weer bovengehaald.