Na de Tweede Wereldoorlog moesten Koksijde en Oostduinkerke opnieuw leren ademen. Wegen waren beschadigd, gebouwen vernield en het gewone leven moest weer op gang komen. Toch brak er ook een nieuwe tijd aan. In Koksijde drukte Jacques Van Buggenhout zijn stempel op die herstart.
Van Buggenhout werd geboren in Vilvoorde op 21 juli 1893 en overleed in Koksijde in 1982. Hij was syndicaal afgevaardigde, senator en beheerder van het home van de Vrije Mijnwerkers in de Massartstraat, later bekend als De Mijn. Toen hij in 1947 burgemeester werd, droeg Koksijde nog volop de sporen van de oorlog.
Zijn start was allesbehalve rustig. De gemeenteraadsverkiezingen van 1946 zorgden voor heel wat verwarring, vooral door de kandidatuur van oud-burgemeester Firmin Dewulf. Uiteindelijk werd beslist dat Dewulf niet geldig kon deelnemen, waardoor Van Buggenhout burgemeester werd. Hij bleek een ondernemende burgemeester.
Koksijde moest zich niet alleen herstellen, maar ook opnieuw aantrekkelijk worden. Dat besefte Van Buggenhout en daarom zette hij sterk in op toerisme. In 1948 kwam er een Vereniging voor Vreemdelingenverkeer. Enkele jaren later volgden nieuwe initiatieven die onze badplaats meer uitstraling gaven. In 1952 werd de 1e Bloemenjaarmarkt georganiseerd. In de gemeente verschenen bebloemde rotondes en bij de abdijruïnes kwam een openbaar park.
Foto 1: Burgemeester Van Buggenhout (2e van rechts), zijn echtgenote Angèle Mathys en de schepenen Achiel Derck en Elie Cordier staan klaar in Sint-Idesbald klaar om de praalstoet van 1954 te laten starten. Ook op de andere 2 beelden herken je Van Buggenhout aan zijn stok, vandaar zijn bijnaam 'pette' Van Buggenhout - door zijn oudere voorkomen.
Ook de bereikbaarheid kreeg aandacht. Na de oorlog lag het wegennet er slecht bij. Onder zijn bestuur werd hard gewerkt aan opruiming en herstel. Er kwamen plannen van aanleg en nieuwe verkeersverbindingen. In 1951 stopte voor het eerst een trein aan het nieuwe station van Koksijde. Dat was meer dan een praktisch detail: het gaf de badplaats nieuwe kansen en Koksijde kon zich sterker profileren als toeristische trekpleister.
Van Buggenhout keek niet alleen naar wegen en bloemen, maar ook naar voorzieningen voor inwoners en bezoekers. In 1950 werd het ontwerp goedgekeurd voor sanitaire inrichtingen in Koksijde-aan-Zee en Sint-Idesbald. In 1955 werd de wekelijkse marktdag in de wijk Maartenoom opgestart. Dat soort ingrepen lijkt misschien klein, maar ze maakten het dagelijkse leven aangenamer en gaven de gemeente opnieuw ritme.
Het verleden kreeg onder hem een plek. In mei 1955 werd het museum van de Duinenabdij ingehuldigd. Zo kreeg Koksijde niet alleen meer toeristische troeven, maar ook meer aandacht voor het eigen erfgoed. Van Buggenhout was dus geen burgemeester van grootse woorden, maar van tastbare veranderingen. Hij hielp Koksijde uit het stof van de oorlog en gaf de gemeente opnieuw vaart, kleur en vertrouwen.
De verkiezingen van 1958 verloor Van Buggenhout waarschijnlijk omdat hij de Maartenoom-buurt wilde heroriënteren met o.a. een marktplaats - als nieuw centrum voor Koksijde-Bad. Een paar zaken werden later doorgevoerd, maar wat Van Buggenhout 'echt' wilde realiseren in die zone, werd nooit gerealiseerd.
Zijn 3e termijn (1965 tot 1971) verliep rustiger, hij beleefde zijn nadagen als politicus - maar met de aankoop van het 'oude' casinogebouw in de Zeelaan toonde Van Buggenhout alweer zijn visionaire visie.
Wist je dat... reuzen Ko en Wanne tijdens zijn burgemeesterschap werden vervaardigd? Ze maakten hun debuut bij de historische stoet van 1948en stapten sindsdien door talloze straatfeesten.
Jacques Van Buggenhout was burgemeester van 1947 tot 1958 en van 1965 tot 1971.
Zijn politieke rivaal Firmin Dewulf was burgervader in Koksijde tijdens 3 bestuursperiodes (1941-1945, 1959-1965 en 1971-1977), zijn politieke passage in onze gemeente kwam al aan bod in de vorige aflevering.
In de volgende episode gaat Tij-dingen op bezoek bij oud-burgemeester Henri 'Rik' Dewulf (1983-1990 en 1991-1994).
Met dank aan Freddy Beun, hij schreef 'herinneringen aan burgemeester Jacques Van Buggenhout' in november 2021.