Na de Tweede Wereldoorlog moesten Koksijde en Oostduinkerke opnieuw leren ademen. Wegen waren beschadigd, gebouwen vernield en het gewone leven moest weer op gang komen. Toch brak er ook een nieuwe tijd aan. In Oostduinkerke deden Rosa Dewitte en later Honoré Loones dat elk op hun eigen manier.

Rosa Dewitte werd geboren in De Panne in 1921 en trouwde in 1942 met Honoré Loones. In 1953 schreef ze geschiedenis. Rosa werd burgemeester en was daarmee de 1e vrouwelijke burgemeester van Oostduinkerke, in een tijd waarin politiek nog bijna volledig een mannenzaak was.

Hun nieuwe lijst Gemeentebelangen haalde in 1952 de absolute meerderheid, met een jong schepencollege dat samengeteld nog geen 100 jaar was. De combinatie Loones-Marcel Cloet-Georges Dorné bleef de gemeente besturen, tot aan de fusiemet Koksijde.

Volgens de bronnen bleef echtgenoot Honoré erg invloedrijk achter de schermen. Hij liet zelfs het ambt van privésecretaris van de burgemeester officieel erkennen, zodat hij aanwezig kon zijn op de zittingen van het schepencollege. Daardoor had hij in de praktijk nog altijd veel invloed op het bestuur. Zoon Jan Loones vertelde later dat zijn moeder het burgemeesterschap vooral opnam uit liefde voor haar man.

Bloeiend verenigingsleven

De ambtsperiode van Rosa begon in moeilijke omstandigheden. Kort na haar verkiezing werd ook Oostduinkerke getroffen door de zware storm van 1 februari 1953, die voor grote schade zorgde. Dat maakte meteen duidelijk hoe kwetsbaar een kustgemeente kon zijn. Toch bleef het leven doorgaan. Het verenigingsleven bloeide opnieuw: een brandweerfanfare, nieuwe muziekvereniging, een veloclub, een duivenmaatschappij, voordrachten van het Davidsfonds, toneel, voetbal en zelfs een hondenclub.

Ook op bestuurlijk vlak veranderde er veel. De paardenvisserij groeide uit tot het toeristisch uithangbord van de gemeente. Een nieuw gemeentehuis deed zijn intrede met een administratie die zelfs in de provincie opviel. En er kwamen wegen: 70 km lang met bomen langs de kant en een fietspad van 7 km — van de Nieuwpoortsteenweg tot de Koksijdesteenweg.

Vanaf 1960 startte de bouw van het Visserijmuseum (op de site van het oude kerkhof in de dorpskom). Architect Arthur Degeyter en Willy Coene leidden de werken. In 1962 kwam er een belangrijke groei van de gemeentelijke administratie en het politiekorps. En in 1963 kocht Oostduinkerke (in en rond de Witte Burg) 28 hectare duingronden aan, met klassering van de binnenduinen als natuurreservaat. Aan zee kwam er een moderne badinstallatie, met later het enige open strandzwembad van de kust. Oostduinkerke bouwde aan wonen, toerisme en toekomst.

Rosa Loones-Dewitte had oog voor het sociale, ze investeerde in de tewerkstelling van werklozen en een goed werkende Commissie van Openbare Onderstand (COO), waarin zij ook na haar burgemeestersperiode actief bleef.

Rosa werd in 1959 herkozen en bleef burgemeester tot 1964.

Honoré Loones: naar een nieuw Oostduinkerke

Na Honoré Gauquié en Florent Loones vertegenwoordigde Honoré Loones, geboren in Oostduinkerke in 1910, de 3e generatie hoteliers. .Samen met zijn broers Louis en Geo ging hij naar het college, in het uitgesproken 'Vlaams' Klein Seminarie (Roeselare): dat had een grote invloed op Honoré. Hij volgde zijn Rosa op als burgemeester vanaf 1965, door haar beschreven als "echtgenoot die Oostduinkerke letterlijk heeft ingezwolgen." Het was ook die houding die hem, volgens zijn zoon en ereschepen Jan Loones, op zijn 30e had geleid naar het oorlogsburgemeesterschap ten dienste van zijn bevolking, ter bescherming tegen de bezetter.

De naoorlogse jaren van verlies van burgerrechten kwamen hard aan, maar werden gecompenseerd door de waardering van de inwoners. Dat zie je ook terug bij de naoorlogse verkiezingsresultaten. Vanaf 1947 was Honoré Loones de spilfiguur-secretaris van de toenmalige VVV, destijds ‘propaganda-syndikaat’ genoemd. Baanbrekend was de maandelijkse uitgave van het tweetalige De toekomst van Oostduinkerke/l’Avenir d’Oostduinkerke. In die functie inspireerde hij het beleid met inzichten over urbanisatie en toerisme.

Hier ligt ook de basis van de Garnaalfeesten vanaf 1950, de honorering van de paardenvisserij en het Nationaal Visserijmuseum. Realisaties die Oostduinkerke tot op vandaag definiëren. In 1965 keerde Honoré Loones officieel terug als burgemeester.

Vanaf 1966 besloot de gemeente tot verbroedering met Biedenkopf-an-der-Lahn, La Charité-sur-Loire en Wépion-sur-Meuse. De verbroedering met Wépion is nog steeds de oudste en langstlopende jumelage tussen een Vlaamse en Waalse gemeente. Een jaar later werd het ontwerp van een jeugdheem goedgekeurd en kwam er een zeilwagenloods voor SYCOD.

Loones bouwde verder aan een gemeente die tradities koesterde, maar tegelijk nieuwe troeven ontwikkelde.

Ook werd er stevig geïnvesteerd in infrastructuur. De uitbreiding van het gemeentehuis kreeg groen licht. In 1969 volgde de goedkeuring voor het 2e deel van het visserijmuseum. Er kwamen plannen voor sanitaire inrichtingen op het strand, voor een openluchtzwembad en een nieuwe zeedijk.

Fusies

In 1970 werd Wulpen bij Oostduinkerke gevoegd en Honoré Loones bleef burgemeester van de nieuwe fusiegemeente.

Bij koninklijk besluit van 17 september 1975 werd Oostduinkerke bij Koksijde gevoegd. Op 13 september 1977 vergaderde de gemeenteraad van Oostduinkerke voor het allerlaatst. Honoré Loones was erbij.

De man die zijn gemeente door oorlog en wederopbouw had geloodst, sloot zelf de deur. Hij bleef een tijdje voorzitter van de Vrienden van het Nationaal Visserijmuseum van Oostduinkerke tot aan zijn overlijden in 1981.

De laatste burgemeesters van Oostduinkerke

  • van 1939 tot 1942: Albéric Florizoone
    • van juli 1942 tot maart 1944: Honoré Lonones, oorlogsburgemeester
    • van maart tot september 1944: Firmin Vermeersch, oorlogsburgemeester
  • van 1944 tot 1946: Omer Declercq
  • van 1947 tot 1952: Albéric Florizoone
  • van 1953 tot 1964: Rosette 'Rosa' Dewitte
  • van 1965 tot 1976: Honoré Loones

Bronnen: ‘Koksijde’ van José Chamon en Rik Sauwen. Gesprek met Jan Loones.