Overal waar je komt, hoor je muziek. In de supermarkt, in het station en zelfs op straat. In ons vorig magazine maakte je kennis met ingekraste tekeningen op leisteen. Daar zaten ook stukken tussen met ingekraste notenbalken.

Weet jij welke rol muziek speelde in het abdijleven?

Muzikale leisteengraveringen

We onderscheiden drie categorieën van muzikale leisteengraveringen. De eerste categorie bevat de leien met daarop lege notenbalken. Die dienden voor (tijdelijke) muzieknotatie en werden na gebruik gewist. Op dit soort leien bordjes zat er waarschijnlijk een wit waslaagje om er met een pennetje de muzieknoten in te krassen. Papier was niet goedkoop en exclusiever. Bovendien kon je het waslaagje eenvoudig gladstrijken om zo het leitje opnieuw te gebruiken. De leien muziekborden werden gebruikt om composities te leren of om de stem te trainen.

Een zevental leisteenfragmenten, aangetroffen in de Duinenabdij, behoren tot deze categorie. De notenbalken zijn opgebouwd uit vijf lijnen, die tussen de 2,5 en 4 millimeter evenwijdig aan elkaar zijn ingekrast. Bij één van de fragmenten staan deze haaks op een dubbele kantlijn.

De tweede soort zijn de leien met ingekraste muzieknotatie. De leistenen werden gebruikt als tijdelijk materiaal voor compositie. En werden waarschijnlijk weggegooid na het kopiëren. De laatste categorie bestaat uit leien met een duurzamer gebruik, bijvoorbeeld om muziek te memoriseren door koorzangers. Deze leien bevatten langere muziekfragmenten en zijn vaak aangevuld met aantekeningen.

Duinenhandschrift © Grootseminarie Brugge

Muzikale graveringen op andere voorwerpen

In de waterput van het grote pand van de Duinenabdij werd een tinnen bord gevonden met op de buitenrand een stempel van de staf en het monogram van abt Robrecht de Clercq (1519-1557). Er zijn heel wat gebruikssporen, maar wie goed kijkt, ontdekt een notenbalkje met twaalf noten. Misschien had de eigenaar een muzikale ingeving tijdens het eten of had hij een vervelende oorwurm in zijn hoofd die hij moest neerkrassen.

Misschien had de eigenaar een muzikale ingeving tijdens het eten

Muzikale middeleeuwen

Het grootste deel van leisteenfragmenten met muzikale graveringen treffen we aan in religieuze contexten. Maar ook waar de aanwezigheid van een school kan worden aangetoond, zoals in Smarmore, Parijs, Toulouse en Vitré. Wat wijst op het gebruik van dit soort leistenen muziekborden bij muziekonderwijs. Werd er muziekles gegeven in de abdij van O.L.V. Ten Duinen? Of gaat het om onafgewerkte aantekeningen op leisteen? Muziekeducatie was zeker vanaf de vijftiende eeuw een onderdeel van de opvoeding, want muziektheorie werd beschouwd als een wetenschappelijke discipline.

Ook in het middeleeuwse abdij- en kloosterleven, zowel bij de cisterciënzers als bij andere ordes en gemeenschappen, nam muziek een belangrijke positie in. Muziek werd aanzien als verkondiging van het Goddelijke Woord. Dat muziek genoteerd wordt, danken we aan de Kerk. Onder paus Gregorius de Grote (590-604) werden alle kerkelijke gezangen voor het eerst geordend en vastgesteld, vandaar de term gregoriaanse muziek. Voordien was het gebruikelijk om muziek via orale traditie over te brengen.

Bovendien zijn de cisterciënzers niet enkel een hervormersbeweging binnen de benedictijnenorde, ze zijn ook hervormers van de gregoriaanse muziek. Binnen de regel van Benedictus streefden de cisterciënzers naar authenticiteit. Deze houding hadden ze ook ten opzichte van de liturgische muziek. Hun zoektocht naar het meest authentieke gregoriaanse gezang, leidde tot een algemene hervorming van het gregoriaans.

Cisterciënzers waren hervormers binnen de gregoriaanse muziek

Muzikale Idesbald

Ondanks het grote aantal bewaarde handschriften uit de Duinenabdij, zijn er weinig handschriften die het muzikale leven documenteren. Wat wel opvalt, is de verscheidenheid aan muzieknotatievormen in die handschriften. Ook Idesbald, die in 1155 of 1156 abt werd, was een gedreven cantor. Ten Duinen had dus waarschijnlijk een toegewijde muzikale cultuur.

Daartegenover kwam het gewone volk voornamelijk met muziek in contact via de rondreizende artiesten en goliarden. Goliarden waren vaak rondtrekkende studenten en geestelijken. Ze stonden bekend om hun drankgebruik, luidruchtigheid en intellectuele debatten. Hun bijeenkomsten werden vaak opgeluisterd met muziek. Muzikanten en goliarden werden door tijdgenoten en vooral door geestelijken, met veel vooroordelen en argwaan bekeken. De sociale positie van de seculiere middeleeuwse muzikanten correspondeerde dus duidelijk niet met het aanzien van onze hedendaagse artiesten.

Het muziekschrift in de Duinenabdij beperkte zich niet alleen tot geschreven bronnen. Ook op gebruiksvoorwerpen en leistenenfragmenten staan ingekraste notenbalken en muzieknoten.