De periode tussen 1941 en het einde van de jaren 1970 behoort tot de meest bewogen hoofdstukken uit de lokale geschiedenis.

Oorlog, bezetting, bevrijding, heropbouw en uiteindelijk fusies: burgemeesters moesten laveren tussen overleven, besturen en vooruitkijken.

In deze aflevering belichten we een generatie burgemeesters die hun gemeente door uitzonderlijke omstandigheden loodsten

Oostduinkerke: bestuur onder druk

Ook Oostduinkerke kende tijdens de oorlog turbulente jaren. De toen 32-jarige Honoré Loones, hotelier en Vlaams-nationalist, werd in 1942 aangesteld tot burgemeester. Loones protesteerde tegen misbruiken zoals opeisingen en inkwartieringen en benoemde niet-extremisten ondanks druk. Honoré moest in 1944 ontslag nemen toen hij naar Oostende werd aangesteld.

We pikken zijn verhaal in een volgende editie terug op.

Zijn opvolger, Firmin Vermeersch, leidde Oostduinkerke tijdens de zwaarste oorlogsjaren. Bombardementen, reisbeperkingen en schoolsluitingen bepaalden het leven. Feestelijkheden werden geschrapt, al verschenen foorkramers nog tijdens de meimaand en de kermis. De bevrijding van 8 september 1944 bracht opluchting, maar ook groot leed.

Wederopbouw

Na de oorlog nam Omer Prosper Declercq, landbouwer, het burgemeesterschap op zich. Hij moest een gehavende gemeente opnieuw op de rails zetten. Duinen bleven afgesloten doordat er mijnen lagen, de infrastructuur lag in puin. En toch hernam het leven. Nieuwe leerkrachten werden aangesteld en in 1946 kreeg Oostduinkerke een nieuwe gemeentesecretaris.

In 1948 keerde Alberic Florizoone terug als burgemeester. Zijn bestuur stond in het teken van heropbouw: scholen, kerk, gemeentehuis en een nieuw toeristisch beleid. Niet alles verliep zonder slag of stoot. In 1949 verloor Oostduinkerke grondgebied toen Nieuwpoort-Bad werd afgescheiden – een zware klap die lang bleef nazinderen.

Burgemeester Vermeersch en zijn gezin

Wulpen: rechtzetting en continuïteit

In Wulpen was Remigius Omer Warreyn burgemeester tijdens de oorlogsjaren. In een vorige aflevering werd onterecht vermeld dat hij naar Duitsland vluchtte. Dat klopt niet. Warreyn werd ‘buiten de raad’ aangesteld nadat Camiel Degroote ontslag nam, om deportatie te vermijden.

Dat was op aanraden van pastoor Jules Leroy die burgemeester Degroote aanraadde om ontslag te nemen, uit vrees dat hij zou aangehouden worden en gedeporteerd worden naar Duitsland. Hij steunde volop zijn Wulpenaars in al hun oorlogsbesognes en was niet bevreesd om den Duits tegen de schenen te schoppen.

Zoals alle burgemeesters in de oorlogsjaren werd hij bij de bevrijding in september 1944 aangehouden in afwachting van een eerste onderzoek en een mogelijk proces.Zijn aanhouding duurde 6 weken en hij werd in juli 1946 definitief (over de hele lijn) vrijgesproken.

Na de oorlog keerde Camiel Degroote terug als burgemeester. Wulpen bleef een landelijke gemeente, met aandacht voor basisvoorzieningen zoals een bibliotheek en een vuilnisdienst.

Einde van de autonomie

De laatste burgemeester van het zelfstandige Wulpen was Willy Vandenberghe, landbouwer op de Grote Allaertshuizen. Van 1953 tot 1970 leidde hij de gemeente door een periode van modernisering: waterleidingen, straatnamen, schooluitbreiding en administratieve vernieuwing.

In 1970 werd Wulpen bij Oostduinkerke gevoegd. Enkele jaren later (1976-1977) volgde de definitieve fusie met Koksijde. Daarmee kwam een einde aan eeuwen van lokale autonomie.

Willy Vandenberghe

?Wist je dat...

...Wulpen, Oostduinkerke en Koksijde zich tot het einde hevig verzetten tegen de gemeentefusies, maar dat de fusie uiteindelijk toch werd opgelegd bij wet in 1975?

Details hierover sparen we voor onze volgende aflevering.